U leest niet de hele gnomon af, maar de schaduw van zijn bovenrand
Bij het aflezen van een zonnewijzer telt niet de volledige schaduw van de gnomon, maar specifiek de schaduwlijn die de scherpe bovenrand van de gnomon werpt op het wijzerplaat. Die lijn kruist de gegraveerde of gegoten uurlijnen op het exacte moment; kijkt u naar de bredere, vage schaduw van de rest van de gnomon, dan leest u al snel een paar minuten verkeerd af.
Waarom de schaduw door het jaar heen van lengte en scherpte verandert
In de winter staat de zon laag aan de hemel, waardoor de schaduw van de gnomon lang en relatief traag bewegend is; in de zomer staat de zon hoog en is de schaduw korter en beweegt hij zichtbaar sneller over de plaat. Bij bewolkte lucht of een lage zonnestand vroeg in de ochtend of laat op de avond wordt de rand van de schaduw bovendien vager, wat de aflezing minder scherp maakt. Een zonnewijzer met een dunne, rechte gnomonrand geeft in alle seizoenen een scherpere schaduwlijn dan een dikke, afgeronde gnomon.
Rond het middaguur leest u het nauwkeurigst af
De uurlijnen op een horizontale zonnewijzer liggen dicht bij elkaar rond het middaguur en lopen steeds verder uiteen naarmate u richting de vroege ochtend of late avond kijkt. Datzelfde geldt voor de foutmarge: een kleine onnauwkeurigheid in de opstelling of een lichte wolkensluier heeft rond het middaguur nauwelijks effect, maar zorgt bij de buitenste uurlijnen voor een grotere afwijking in minuten. Voor de meest betrouwbare aflezing kiest u dus bij voorkeur een moment tussen ongeveer 10 en 14 uur zonnetijd.
Een dunne, rechte metalen gnomon met een scherpe bovenrand werpt een strakkere schaduwlijn dan een gestileerde, gebogen sierfiguur die er esthetisch fraai uitziet maar geen duidelijke, rechte schaduwrand heeft. Brons en gietijzer verweren allebei op hun eigen manier: brons krijgt een groenige patina die de rand op den duur juist iets zachter maakt, terwijl gietijzer bij verwaarlozing kan gaan roesten en de scherpe kant kan aantasten. Wilt u vooral goed kunnen aflezen, kies dan een gnomon met een duidelijke, rechte snede in plaats van een puur decoratief silhouet.
Van zonnewijzertijd naar kloktijd
Een correcte aflezing van de schaduw is pas de helft van het werk: die schaduw toont de ware plaatselijke zonnetijd, niet de tijd van uw horloge. Hoe u dat omrekent, met de lengtegraadcorrectie, de tijdsvereffening en eventueel de zomertijd, leest u in zonnewijzertijd versus kloktijd. Is de zonnewijzer nog niet correct opgesteld, controleer dan eerst de drie basisvoorwaarden in hoe stelt u een zonnewijzer goed in.
Een concreet voorbeeld van een aflezing
Stel, u kijkt op een heldere junimiddag naar de zonnewijzer en de schaduw van de gnomonrand valt precies op de uurlijn die met 13 is gemarkeerd. Dat betekent dat de ware zonnetijd op dat moment 13.00 uur is - niet de tijd op uw horloge. Om daarvan de kloktijd te maken, telt u eerst de lengtegraadcorrectie voor uw locatie op of af, verwerkt u de tijdsvereffening voor die specifieke datum, en telt u in de zomerperiode nog een vol uur bij op voor de zomertijd. Voor een junidag in het midden van Nederland komt de uitkomst dan al snel uit op ergens rond 14.15 tot 14.30 uur kloktijd. De exacte waarde voor uw eigen locatie en datum berekent u met de instelhulp.
De afwijking tussen ware zonnetijd en gemiddelde zonnetijd, de tijdsvereffening, schommelt het hele jaar door tussen ongeveer min 14 minuten begin februari en plus 16 minuten begin november. Rond half april en halverwege juni is de correctie vrijwel nul, wat verklaart waarom een aflezing in die perioden na de lengtegraadcorrectie al dicht bij de kloktijd uitkomt. Wie regelmatig afleest, merkt dat de benodigde correctie dus niet vast is, maar met het seizoen meebeweegt.
Recht van bovenaf aflezen voorkomt een vertekende inschatting
Kijk bij het aflezen zoveel mogelijk recht van boven op de wijzerplaat in plaats van schuin van opzij; bij een schuine kijkhoek lijkt de schaduw net op een andere uurlijn te vallen dan wanneer u loodrecht boven de plaat staat, vooral bij een plaat die hoog op een sokkel staat. Bij een verticale zonnewijzer aan een muur geldt hetzelfde in de andere richting: ga recht voor de plaat staan in plaats van van opzij, om het risico op een verkeerde aflezing van een paar minuten te vermijden.



