Volle zon is een voorwaarde, geen wens
Een zonnewijzer heeft het grootste deel van de dag rechtstreeks zonlicht nodig om een bruikbare schaduw te werpen; zonder die zon staat hij er weliswaar sierlijk bij, maar geeft hij geen tijd aan. Kies daarom een open plek in de tuin die minstens vanaf de vroege ochtend tot de late middag onbelemmerd zonlicht ontvangt, vergelijkbaar met de norm die voor zonminnende planten geldt: meer dan zes uur direct licht per dag.
Schaduw van bomen: denk vooruit, niet alleen aan nu
Bomen en hoge struiken zijn de meest voorkomende oorzaak van een slecht functionerende zonnewijzer, en niet altijd om de voor de hand liggende reden. Een jonge boom die vandaag nauwelijks schaduw geeft, kan over vijf tot tien jaar de wijzerplaat een groot deel van de dag verduisteren naarmate de kroon breder wordt. Kijk bij het kiezen van de plek dus niet alleen naar de huidige situatie, maar ook naar de groeirichting en eindhoogte van bomen in de omgeving.
Houd er ook rekening mee dat schaduw per seizoen verschuift: een plek die in de zomer volop zon krijgt, kan in het voor- en najaar, wanneer de zon lager staat, alsnog in de schaduw van een schutting of buurpand vallen.
Gebouwen en schuttingen: kijk naar de laagste zonnestand
Naast bomen zijn het vooral de eigen woning, een schuur, een schutting of een hoge heg die op bepaalde momenten van de dag schaduw over de tuin werpen. Omdat de zon in de winter veel lager aan de hemel staat dan in de zomer, reikt de schaduw van een gebouw dan aanmerkelijk verder de tuin in. Voor een zonnewijzer die u het hele jaar door wilt gebruiken, is het verstandig de schaduwval in de winter als uitgangspunt te nemen, niet alleen die op een zonnige zomerdag.
Een middenpositie op een open gazon, weg van randen met opgaande beplanting of bebouwing, is meestal de veiligste keuze.
Zuidgerichte plekken hebben een praktisch voordeel
Een zuidgerichte tuin of tuindeel ontvangt doorgaans de langste onafgebroken periode zon per dag, wat de kans op een goed functionerende zonnewijzer vergroot. Dat is een ander gegeven dan de richting waarin de zonnewijzer zelf gericht moet staan: de gnomon moet naar het noorden wijzen, terwijl de tuin idealiter zuidwaarts open ligt zodat er geen obstakels tussen de zon en de wijzerplaat staan. Hoe u de zonnewijzer vervolgens exact op het noorden richt, leest u in zonnewijzer op het noorden richten.
Decoratief of functioneel: de eisen verschillen
Wilt u de zonnewijzer vooral als sfeervol element tussen de border of bij een vijver, dan weegt een iets minder optimale lichtinval minder zwaar; het gaat dan om de aanblik, niet om de afleesbaarheid. Wilt u de tijd er daadwerkelijk mee aflezen, dan is een compromisloze, open en zonnige plek de belangrijkste voorwaarde, belangrijker zelfs dan het formaat van de wijzerplaat of de stijl van de sokkel.
Overweegt u eerst welk type zonnewijzer bij uw wensen past? Lees dan decoratieve versus nauwkeurige zonnewijzers voordat u de plek definitief kiest, zodat locatie en type op elkaar aansluiten.
Een proefopstelling voorkomt teleurstelling
Voordat u de sokkel definitief verankert, is het de moeite waard de zonnewijzer een paar dagen los op de beoogde plek te zetten en op verschillende momenten van de dag te controleren of er schaduw op valt. Doe dit bij voorkeur zowel vroeg in de ochtend als laat in de middag, de momenten waarop de zonnestand het laagst staat en schaduw van bomen of gebouwen het verst reikt.
Pas als die proef goed uitpakt, is het moment aangebroken om de zonnewijzer waterpas en definitief te plaatsen; zie een zonnewijzer waterpas plaatsen voor de vervolgstappen.



