Drie afzonderlijke oorzaken, nooit maar één
Een zonnewijzer die perfect op het noorden staat, de juiste gnomon-hoek heeft en waterpas is opgesteld, wijkt ondanks die correcte opstelling toch bijna altijd af van uw horloge. Dat komt niet doordat er iets mis is met de zonnewijzer, maar doordat er drie losstaande verschillen tegelijk meespelen: de lengtegraad van uw locatie, de tijdsvereffening die met de datum verandert, en de zomertijd die de helft van het jaar een uur toevoegt.
De Midden-Europese Tijd is afgestemd op de zonnetijd van de 15e oosterlengtegraad, terwijl Nederland grotendeels tussen de 3,4e en 7,2e oosterlengtegraad ligt. Per graad verschil scheelt dat vier minuten, wat voor de meeste Nederlandse locaties neerkomt op een vaste correctie van ongeveer 30 tot 45 minuten die het hele jaar door hetzelfde blijft.
Door de elliptische baan van de aarde en de schuine stand van de aardas loopt de ware zonnetijd op sommige dagen tot ruim 16 minuten voor op de gemiddelde zonnetijd, en op andere dagen tot 14 minuten achter. Deze correctie verandert dus wel met de datum, in tegenstelling tot de lengtegraadcorrectie. De volledige uitleg met alle keerpunten staat in tijdsvereffening van de zonnewijzer.
In 2026 loopt de zomertijd van 29 maart tot 25 oktober. Gedurende die periode telt u een volledig uur bij de andere twee correcties op. Buiten die periode, in de winterhelft van het jaar, laat u dit uur weg. Achtergrond en een rekenvoorbeeld staan in zonnewijzer en zomertijd.
Rekenvoorbeeld: een zonnewijzer in Utrecht op 3 november
Stel dat een correct ingestelde zonnewijzer in Utrecht op 3 november exact 12.00 uur zonnetijd aanwijst. De lengtegraadcorrectie voor Utrecht bedraagt ongeveer 40 minuten voor op de zonnewijzer. De tijdsvereffening bereikt rond 3 november zijn jaarlijkse maximum van ruim 16 minuten, in dit geval in mindering op die 40 minuten, omdat de ware zon op deze datum voorloopt op de gemiddelde zon. Zomertijd speelt op 3 november geen rol meer, want die is op 25 oktober al beëindigd. Het resultaat: de klok wijst op dat moment ongeveer 12.24 uur wintertijd aan, terwijl de zonnewijzer 12.00 uur toont. Op een andere datum, met een andere lengtegraad of tijdens de zomertijd, valt die uitkomst telkens anders uit.
En op een dag in juli, tijdens de zomertijd?
Neem dezelfde zonnewijzer in Utrecht, maar dan op 26 juli. De lengtegraadcorrectie blijft ongeveer 40 minuten, omdat die niet met de datum verandert. De tijdsvereffening zit rond deze datum op zijn andere jaarlijkse omslagpunt, ongeveer 6 minuten achter, wat nu juist bij de 40 minuten wordt opgeteld in plaats van ervan afgetrokken. Daarbovenop komt de zomertijd, die eind juli nog volop geldig is, met een volledig extra uur. Bij elkaar wijst de klok dan zo'n uur en ruim een kwartier verder dan de 12.00 uur die de zonnewijzer op dat moment toont, ruwweg drie kwartier meer dan in het novembervoorbeeld.
Los het in één keer op met de instelhulp
Wilt u niet elke keer zelf rekenen, dan berekent de instelhulp op basis van uw locatie en de actuele datum direct zowel de juiste gnomon-hoek als de volledige kloktijd-correctie. Is de zonnewijzer nog niet juist opgesteld, controleer dan eerst de basisvoorwaarden in hoe stelt u een zonnewijzer goed in.



